Woorden uit Germaanse talen via Romaanse talen naar Nederlands.

1 jan 2012
Germaans>romaans> nederlands, b.v. Bolwerk>Boulevard frans> boulevard ned
of stapel>étappe frans> étappe ned.

1 sep1 nov2 dec1 jan1 feb1 mrt 1 apr1 jun1 jul1 aug1 sep1 okt1 nov1 dec1 jan
8213 8324 8395 8438 8476 8519 8550 8609 8634 8650 8665 8689 8715 8737 8753
1,5 1,6 1,6 1,5 1,4 1,6 1,5 1,4 1,4 1,3 1,2 1,1 1,1 0,9 0,9
1,4 1,8 2,3 1,4 1,2 1,5 1 0,9 0,8 0,5 0,5 0,8 0,8 0,7 0,5
terug naar hoofdpag ...
ety-woordenboek, incompleet, woordfamilies ....

E-mail:
aan"apestaart"gielsmeets.nl
of giel'apestaart'smeets.nu
Vervang "apestaart" door @. (Wegens spams)

L.s.,
Amateurswerk!.
Kritiek, commentaar en uitbreiding zijn welkom.
Ik noem woorden die de overstap maakten van Germaanse talen naar Romaanse talen en flink gehavend weer terug.
De gedachte dat Frans van het Latijn komt is ten dele waar.
De Germaanse bestanddelen zijn talrijk. Minder woorden volbrengen de retourrit, germ>romaans> germaans. Die woorden staan hieronder.

Raakpunten Germaans-Romaans

Toen het Romeinse rijk zich naar het noorden uitbreidde namen de Romeinen Germaanse woorden over. Germanen dienden bijvoorbeeld in het Romeinse leger. Zo vinden we de kleuren van de paarden, blank, grijs, bruin en vaal in het Italiaans, Spaans en Frans terug.

De Franken gingen vanaf de 3e eeuw van Frankfurt a.d. Oder, langs Frankfurt a.d. Main, (ook nog door het land tussen Rijn en Maas) naar Gallië. Zij namen de taal, afkomstig van het vulgair Latijn, over.
Een aantal termen o.a. uit de landbouw en uit het gewone leven bleven Germaans.

De Noormannen namen het Frans over, maar enkele Germaanse woorden van hun zijn toch in het Frans terecht gekomen.

Toen Lodewijk de Vrome, zoon van Karel de Grote, dood ging, ontstond een Frans deel en een Duits deel en Lotharius kreeg een stuk ertussen in, zeg maar Italië en Friesland met wat er tussen. Dat land viel snel uiteen.
Om Elzas-Lotharingen hebben Frankrijk en Duitsland gekibbeld. Nu is het Frans, met een oorspronkelijk Duitstalige bevolking.
Vandaar zijn door de eeuwen heen Germaanse woorden in 't Frans gekomen. (bijvoorbeeld: het raampje in de voordeur heet: vasistas. Duits "Was ist dass?")

De Longobarden (Germanen) arriveerden in 568 vanaf de Elbe in Italië en sloegen de zaak kort en klein. Door Karel de Grote werden ze in 775 definitief verslagen. Ze namen de Italiaanse taal over, maar brachten ook Germaanse woorden in het Italiaans.

Een Nederlandse bijdrage aan het Frans bestond uit zeevaart-, handel- en legertermen.

De voorbeelden:

balkon; balko Germaans Longobardisch (balk) - balcone it - balcon fr 1565 - balkon n

bank germ (zitbank) - banco it - banque fr - bank n (fin.)

bandage: Binda frankisch (band) - bande fr, bandage fr - bandage ned.

baron: baro oudfrankisch (strijdbaar man) - baron fr - baron

bastaard: bansti? germaans (schuur) - bast oudfr (schuur) - bastard fr (bastaard, fille de bast, kind uit de schuur) - bastaard n

bivak: Biwacht zwitsers of duits, of biwake n (bewaking) - bivouac fr - bivak n.

blasé: blasen middelnl (blazen) - blaser fr, blasé 1873 fr (opgeblazen) - blasé ned.

boulevard: bolwerc middeln - boulever fr 1327 - boulevard fr, - id. n.

brik oudn (steen, van breken, gelijk aan brok dus) - brique fr - briquettte 1615 fr ( briket) - briket 1873 n

chagrijn: grinan frankisch (vgl. grienen n en greinen du.) - grigner fr 12e e. - + kat - chagrin fr (verdriet) - chagrijn.

chique: Schick, Geschick d (militair tenue, verg. schikken) - chique fr 1573 - chic n (elegant)

crapeaud: (s)krappen frankisch (krabben verg. schrapen) - escrapper Frans (schoonmaken door krabben, schoonkrabben) - crapeaud (leunstoel) - id Nederlands.

dansen: dintjan frankisch (bewegen verg. deinzen) - danser fr. (de klassieke dans, saltare, was verdwenen door de verboden door de R.K. kerk) - dansen 12e eeuw n.

demarreren: meren middeln (aanleggen) - marer fr - amarrer fr (vastleggen, vooral schip) - demarrer fr (losmaken) - demarreren n (ontsnappen van wielrenners).

équipage: skip gotisch (schip) - esquiper oudfrans (aan boord gaan uitrusten) - équipage fr. ned. (uitrusting)

étalage: Stalle frankisch - étalage fr - id ned.

étappe: stapel n (voorraad gedeponeerd op plaatsen waar het leger overnacht) - étappe fr 13e e. - etappe n.

fauteuil: faldistôl? frankisch (vouwstoel) - fauteuil fr - fauteuil n.

framboos: zoek het in de pagina van de woordfamilies.

griep: gripan frankisch (verg. grijpen) - gripper fr (pakken) - griep n 1743

hangar: haimgard frankisch (afscherming om het huis) - hangar fr - hangar ned.

harnas: hernas: hernest scandinavisch, noormannen (leger=heer en voorraad) - harnais fr - harnas ned.

kantine: kant germ - cantina it (Ze zaten aan de kant van de werkplaats te eten.) - cantina 1680 fr - kantine n.

kepi: cappa l (mantel, kap) - Kappe zw.d (muts) - Käppi Zwitsers duits - képi fr (vgl. képisme = manier van kepi dragen door de Garde National) - kepi n

mannequin: mannekijn oudn - mannequin fr 15e e. - mannequin n.

matroos: mattenoot middeln (matgenoot) - matenot fr - matelot 13e eeuw fr - matroos n 1584

metselaar: makôn frankisch (maken) - machio laat latijn - maçon fr 1155 - metselaar n.

mikmak: movere, volt. dlw motum latijn (bewegen) - meute fr - muit n (muiterij) - muitmaken n (muiten) mutemaque frans (rebellie) - miquemaque fr - micmac fr 1640 - mikmak n

pedel: biotan oudduits (aanbieden) - biddil frankisch (dienaar) bedel oud frans - pedellus laatlatijn - pedel nl

spion: spek indoeuropees (kijken) - spehon? oudduits (spieden) - spiare it (spieden) - spia it - spione it (waarnemer) - espion fr 8e e. - spion n

toupet: Top frankisch (vgl Topf D, haarbos, kruin) - toupet fr. verkleinw. - toupet n

tricotage: striken oudn (strijken, speciaal de stok om het teveel aan graan van de maatbeker af te strijken) - estrique fr 1429 (stok) - trique fr (stok) - tricot fr (verkleinwoord) - tricoter fr 1549 (breien) - tricotage n.

trottoir: trotten? germ (lopen, intensiefvorm van treten) - trotter fr 1160 (in draf gaan, trippelen) - trottoir fr - trottoir n.

pak n - paquet fr 1638 - pakketje n

soep en souper: saupa? vergelijk: soppen, zuipen, saufen, germaans (vloeistofgeluid maken) - soupe fr 12e e. (vloeibare eetwaar, waar brood in gedompeld werd) - soep n en souper n

staketsel: staka? germ (staak) - estakette ofr - staketsel 1533 n.

stampij: stampon? frankisch (stampen) - stampare it 16e e. (vgl. stamp engels postzegel) - estamper fr - stampij ned. (geweld).


terug naar hoofdpag ...