Jiddisch, ontstaan en etymologie, Bargoens
4 mei 2013
| 1 nov | 1 dec | 1 jan | 1 feb | 1 mrt | 1 apr | 1 mei | 1 jun | 1 jul | 1 aug | 1 sep | 1 okt | 1 nov | 1 dec | 1 jan | 1 feb | 1 mrt | 1 apr | 1 mei |
| 22624 | 22720 | 22828 | 22996 | 23193 | 23387 | 23510 | 23642 | 23642 | 23826 | 23910 | 24001 | 24107 | 24152 | 24167 | 24221 | 24288 | 24379 | 24453 |
| 3,7 | 3,4 | 3,4 | 3,4 | 3,5 | 3,7 | 3,8 | 3,8 | 3,9 | 4,0 | 4,0 | 4,0 | 4,0 | 3,9 | 3,7 | 3,3 | 3,0 | 2,7 | 2,6 |
| 2,4 | 3,1 | 3,5 | 5,4 | 6,8 | 6,2 | 4,1 | 4,3 | 3,0 | 2,7 | 3,0 | 3,0 | 3,5 | 1,5 | 0,5 | 1,7 | 2,3 | 2,8 | 2,5 |
terug naar hoofdpagina Etymologie
Jiddisch
10 oktober 2006, door Hadwych Martens
Enige overwegingen omtrent de mogelijke invloed van de Joodse talen op het Nederlands.
Het Joodse volk verspreidt zich
Het Joodse volk leeft al eeuwenlang verspreid over de wereld, zonder zijn eigen
identiteit geheel kwijt te raken.
70 n. chr, Jerusalem.
Sinds de verovering van Jerusalem en de verwoesting van de tempel in 70 na Christus,
gevolg van een opstand tegen de Romeinse overheersing, hebben groepen Joden over heel
Europa, een deel van Azie en de laatste paar eeuwen ook Amerika, onderdak gezocht.
Vanwege hun overtuiging dat zij het uitverkoren volk zijn, en dat de Messias pas
komt als de nood op zijn hoogst is, hebben zij hun geloof en daaraan verbonden
identiteit ook of juist in de donkerste perioden in meerdere of mindere mate vastgehouden.
400 n. chr. Het Christendom verdrijft
Velen zijn in eerste instantie in Israël of Palestina blijven wonen, dat werd pas
moeilijk toen rond 400 na Christus het Christendom de nationale godsdienst werd van
het Romeinse Rijk, een veel minder tolerante godsdienst dan de tot dan toe geldende
Romeinse religies.
7e eeuw. Islam. Spanje en Portugal.
Eind 7de eeuw kwam de islam, die het gebied in rap tempo veroverde maar niet echt een
bedreiging was voor de Joodse bevolking. Zo verspreidden zich groepen over heel de
Arabische wereld, inclusief Spanje en Portugal. Gedoogd door de moslims, ronduit
vervolgd door de christenen, ook via de kruistochten.
Nederland. Sefardiem, uit Portugal.
In Nederland waren in de middeleeuwen weinig joden, ze leidden een onopvallend bestaan.
Op het Iberisch schiereiland waren de 'moren' op een gegeven moment verdreven, wat voor
de joden verregaande consequenties had. In 1391 vluchtten alle Spaanse joden naar
Portugal, nadat de Zeer Katholieke Koningen Filips en Isabella alle heidenen de
oorlog hadden verklaard. Na de verovering van Portugal door de Spanjaarden in 1497
vluchtten ze naar de Nederlanden, vooral Antwerpen en Amsterdam. Het verloop van de
80-jarige oorlog vervolgens noopte de Antwerpenaren onder hen alsnog naar
Amsterdam te gaan.
Sefardiem
Deze groep wordt de Sefardiem genoemd, over het algemeen waren het rijke en
ontwikkelde kooplieden die een enorme impuls gaven aan de handel hier, omdat
ze hun handelscontacten meenamen. Ze waren zeer gewaardeerde leden van de maatschappij,
en assimileerden vrij snel.
Hun taal, het Ladino, een soort Spaans-Portugese variant, lieten ze snel varen, er
zijn eigenlijk maar twee woorden bekend die daarvan in het Nederlands terecht zijn
gekomen: deixe en boles (deis je, hou je gedeisd, zeeuwse boles).
Hun prachtig klinkende namen (Texeira de Mattos, Belinfante, Mendes da Costa,
Spinoza, etc) zijn nog steeds gelieerd aan de intellectuele bovenlaag van de bevolking.
Zij bezoeken de Portugees-Israëlitische synagoge.
Noord Europa.
De Joden die in de middeleeuwen noordelijker in Europa terecht waren gekomen hadden
het moeilijker. Hen werd het verboden om lid te worden van een gilde, de ambachten
konden ze dus alleen in eigen kring uitoefenen. Handel, wetenschap en artsenij waren
hen wel toegestaan, evenals nieuwe industrieën, zoals later de drukkunst.
In veel landen leefden ze in aparte wijken, getto's, en vormden gesloten gemeenschappen.
Hun taal ontwikkelde zich daar, op basis van zowel het Hebreeuws als van de plaatselijke
talen.
Jiddisch
11e eeuw.
Het Jiddisch is rond de 11de eeuw in het Rijnland ontstaan, als een variant van het
Hoogduits met veel Hebreeuwse en Aramese woorden. Groepen die oostelijker woonden
hadden ook veel Slavische woorden in gebruik. Door regelmatig onderling contact
(familie, handel) wisselden ze de begrippen en woorden uit, er ontstond wel een
westelijke en een oostelijke variant, maar dat had meer betrekking op de
uitspraak dan op de geschreven versie.
Asjkenaziem, uit Duitsland en Polen, in Amsterdam
Lange tijd was Amsterdam de enige stad in Europa waar joden zich vrij konden vestigen,
zolang ze maar geen beroep deden op de armenzorg van de stad. Uit Duitsland en Polen
kwam een groot joods proletariaat binnendruppelen, die we de Asjkenaziem noemen.
Zij brachten het jiddisch mee. Zij hadden veel contact met grote delen van de
bevolking, maar hielden onderling vast aan hun eigen taal. Dit had voor een deel te
maken met een veel uitgeoefend beroep: handelaar, ze wilden onderling overleggen zonder
dat de klant begreep wat voor afspraak ze maakten of wat voor informatie ze uitwisselden.
Veel termen hebben betrekking op bedragen:
joetje, meier, lammetje, ze verwijzen naar de volgorde van letters in het
hebreeuwse alfabet,
de jot is 10, joetje is een tientje, lammetje: lamed, 30, 30 stuivers is 1,50 et cetera.
In Amsterdam waren veel drukkerijen, waaronder diverse jiddische. Hun boeken werden
over heel europa verspreid, iedere jiddische gemeenschap kon ze lezen.
Enkele namen van deze asjkenziem: Polak, Cohen, Wertheim, Hamburger, Oppenheim etc.
18e eeuw
In de 18de eeuw verminderde het gebruik van het Jiddisch, ten behoeve van de
maatschappelijke emancipatie van de Joden en op grond van de scheiding van kerk en
staat werd hen verplicht om het Nederlands als voertaal te hanteren. Op scholen werd
het Nederlands als voertaal verplicht gesteld. Het had tot gevolg dat ook uit deze
groep diverse mensen carrière maakten in intellectuele beroepen als arts, advocaat
of journalist. Het Jiddisch bleef in andere landen wel bestaan, vooral in de
geïsoleerde gemeenschappen in Rusland en Polen, en emigreerde met hen mee naar de VS.
Het Jiddisch in Nederland
Dat is een typische mengtaal.
Veel van oorsprong Hebreeuwse
woorden zijn vervormd tot 'nederlandsoide' meervoudsvormen of verkleind:
schmu-es werd smoesje, schmusen werd smoezen of smoezelen, gein werd geintje of ongein.
In het Nederlands waren al veel woorden opgenomen die via de bijbel uit het
Hebreeuws kwamen:
amen, abt, aloë, halleluja, hosanna, jubeljaar, messias, mirre, pasen, sabbat,
satan, sikkel, etc.
Veel namen uiteraard ook: hans is via Johannes afgeleid van Jochanaan.
Veel spreekwoorden (jobstijding) idem dito.
In het Jiddisch zit veel handelstaal. De getallen die ik al noemde zijn de
bekendste voorbeelden.
Mokum betekent stad. Oorspronkelijk werd Amsterdam door hen
aangeduid met Mokum Alef, Rotterdam met Mokum Reis, Berlijn met Mokum Beth, steeds
de beginletter van de naam van de stad. Alleen Amsterdam heeft zijn jiddische naam
behouden, en is synoniem geworden met de gezellige binnenstad.
Via het Jiddisch zijn ook Duitse woorden binnengeslopen:
de kift komt van het Duitse Gift, afgunst,
pietsje van bisschen,
sappelen van
zappeln.
Echter door het gebruik van de taal in de 'onderlaag' van de samenleving zijn veel
begrippen qua betekenis gedegradeerd. Een keurig hebreeuws woord als bajjiet, huis,
werd in het jiddisch bajes, met de huidige betekenis gevangenis.
Chacham (wijs, kundig) werd goochem, sluw; chosen (bruidegom) werd gozer, kalle (bruid)
werd hoer, lef (hart) werd branie, poeren (Poerim is een vrolijk feest) werd poerem
hebben, kouwe drukte; sjtieke (stilte) werd stiekem.
Bargoens
Jiddisch wordt vaak verward met Bargoens. Dit is de dieventaal, waar ook in veel
andere landen een naam voor is bedacht die verwijst naar het buitenland: Thieves
Latin (Eng), Germania (Sp), Rotwelsch (D), en ons Koeterwaals.
Bargoens verwijst naar Bourgondisch. In het bargoens zijn veel woorden uit het
Jiddisch overgenomen en vaak ook vervormd, maar het is een op zichzelf staande 'taal'.
Jofe werd jofel,
ponem werd porem,
gawsones werd kapsones,
mesjogge (gek) werd sjoeg,
vaak verward met sjoewe, antwoord, dat ook sjoege werd.
Bollebof (commissaris van politie) is afgeleid van balboos, de heer des huizes, bolleboos
is er ook van afgeleid.
Gabber is afkomstig van gawwer, vriend;
gajes heeft twee bronnen: gajes als gojim,
niet-joden en chajjes, leven, werd gepeupel. Om gajes gaan of brengen.
Smeris werd afgeleid van sjemiere, toezicht, sjien, ander woord voor smeris, is de
eerste letter daarvan.
Jatten is weer zo'n vervormd woord. Jad is hand, ook de aanwijsstok waarmee in
heilige teksten woorden of passages werden aangewezen. Als werkwoord bestaat het in
het Jiddisch niet, in het bargoens betekent het stelen.
Ook penoze betekende als parnose gewoon onderhoud, middel van bestaan.
Andere uit het Jiddisch afkomstige woorden:
Kinnesinne (hilversum: kinnesinnecity),
mies (lelijk),
stennis (Sjtannes maken =
argwaan wekken),
geteisem (Chatteisem, enkelv.chattes, arme mensen, gepeupel),
schlemiel,
mazzel,
sof (einde),
jajim (wijn),
gappen,
gein,
alles kits (alles
gietes, gutes),
ratsmodee (ashmodee, duivel), roddelen,
de mist is (de mest in,
bedorven),
pleite (failliet),
attenoje (adonai eloheinoe, mijn Heer en mijn Herder)
Niet uit het Jiddisch:
dalven,
lawaai,
rambam,
schnabbel,
schorem,
sjacheren.
Deze zijn uit het bargoens afkomstig.
Amsterdamse uitspraak
De invloed van het Jiddisch is beperkt gebleven tot woorden en betekenissen.
Ik heb geen bewijs kunnen vinden voor klank-matige invloed, zoals de Amsterdamse
neiging om o in plaats van a te zeggen (Ojax), en de noordhollandse harde g.
Maar misschien vind ik dat in de toekomst nog.
Hadewych Martens